J.J
Brouwer en P.A. Moerman.
Uitgeverij Garant, Apeldoorn
ISBN
90-441-1748-3
Angelsaksen versus Rijnlanders is een
interessante zoektocht naar de
overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans
denken. Het Rijnlands model waarop de verhoudingen in ons
land zijn gebaseerd, gaat uit van en stimuleert samenwerking
tussen partijen. Dit in tegenstelling tot het
Angelsaksische model waarbij
korte termijn winst boven alles gaat. Dit denken
lijkt de zakenwereld te hebben veroverd. Medewerkers kunnen
als “the most valuable asset” niet meer rekenen op “life
time employment”. Veel moderne ondernemingen zijn slecht in
het onderhouden van hun lange termijn relaties. Bedrijven
hebben in werkelijkheid weinig aandacht voor hun medewerkers.
Hun vertrouwen in de markt is gebaseerd op geloof in strakke
procedures, duidelijke regels, heldere targets, en bovenal
de overtuiging dat je met deze aanpak alles kunt bereiken.
Dit ‘soll’-denken, het idee van maakbaarheid, positivisme en
daadkracht van het Angelsaksische model spreekt veel
ondernemers erg aan, maar loopt tegen zijn grenzen aan. Er
dreigt een tekort aan aandacht voor de verantwoordelijkheid
van individuen, te weinig ruimte om om te gaan met
onzekerheden en te weinig aandacht voor een
langetermijnvisie van de onderneming.
Volgens de auteurs voegt de Rijnlandse
werknemer anderhalf keer zoveel waarde toe als de
Amerikaanse. In dit kader is het vreemd dat steeds meer
Europese bedrijven overschakelen op het Angelsaksische
model. Op het gebied van kennis, kunde en creativiteit
scoort Europa beter. Het principe van de samenwerking telt,
niet de regels. Coachend leiderschap om de medewerker meer
ruimte te geven, zelfsturende teams voor de flexibiliteit,
duurzaam ondernemen om tegenwicht te bieden aan de
maatschappelijke nadelen van de strakke aansturing op
“return on investment”.
In het Rijnlandse denken wordt een
groot beroep gedaan op de ‘taakvolwassenheid’ van
medewerkers. Er wordt gedacht in “stakeholder value” in
plaats van “shareholder value”. Managers zijn coaches die
meedoen op de werkvloer, in plaats van orders uitdelende
bazen. Doordat in het Rijnlandse model de organisatie minder
strak wordt aangestuurd, kan die zelfstandiger opereren en
flexibeler reageren bij onverwachte ontwikkelingen.
Simpelweg omdat het Rijnlandse model
veel meer ruimte en aandacht geeft aan de medewerker.