20-08-2003

Projectmatige programma-ontwikkeling in een virtuele omgeving

Karel van Wijngaarden en  Han van der Pool [1]

 

Internet maakt samenwerken op afstand mogelijk, waardoor grenzen tussen organisaties vervagen. Om snel in te kunnen spelen op de veranderende situaties is het belangrijk dat informatie snel toegankelijk is en dat kennis snel en effectief gedeeld kan worden. De werkzaamheden van werknemers worden steeds meer “project- en netwerk- based”.

Goed functionerende formele en informele netwerkstructuren kunnen grote voordelen opleveren. Door gebruik te maken van communicatie middelen zoals internet kunnen individueel opererende professionals kennis en vaardigheden snel en efficiënt uitwisselen.

In dit artikel zal worden stil gestaan bij projectmatige programma-ontwikkeling in een virtuele omgeving.

Hoe ontwikkel je binnen een multinationale onderneming een business-simulation voor managers en marketing- en salesmensen die:

alle leerdoelen ‘afdekt’ die verbonden zijn aan het integraal managen van een brand-portflio in een willekeurige landenorganisatie;

gebruikt dient te worden in een door trainers geleide, internationaal uit te voeren workshop;

tevens de bedrijfsvisie uitdraagt met betrekking tot best practice brand portfolio management.

Stel dat u vanuit uw verantwoordelijkheid als Corporate University [2]de bovenstaande vraag krijgt voorgelegd en je vervolgens vaststelt dat:

het eindresultaat alleen tot stand kan komen met de specialistische inbreng en samenwerking van (geografisch verspreide) experts op de verschillende managementterreinen: commercie, productie, logistiek en people-management;

de technische ontwikkeling van het bouwen van de eigenlijke simulatie dient te worden uitbesteed aan een internationaal vermaarde business-school;

de inbreng van de trainers die de workshop moeten begeleiden essentieel is en tot slot

de ter beschikking staande tijd en middelen schaars zijn.

Een projectmatige aanpak is hier op zijn plaats is. Immers we hebben hier te maken met een unieke opgave, die een multidisciplinaire en internationale inbreng van deskundigen vraagt en die binnen vooraf aangegeven begrenzingen t.a.v. tijd en geld gerealiseerd dient te worden. Via het invullen van het ‘zero-phase projectplan’ stelt u de doelen, de resultaten, de begrenzingen, de kritische succesfactoren etc. scherp en zet u de eerste stap op weg naar een succesvol project. Daarbij wordt u eens te meer duidelijk dat de samenstelling van het projectteam van cruciaal belang is. Via het projectteam dient niet alleen deskundige inbreng gerealiseerd te worden. Via wisselwerking tussen de projectgroepleden moet ook een duidelijk en eenduidig beeld worden verkregen over de leerdoelen die samenhangen met het integraal managen van een portefeuille van merken. Een beeld overigens wat zowel recht doet aan de huidige praktijk in de diverse landen organisaties (herkenbaarheid) als blijk geeft van een visie op de best practice (uitdaging). Een complicatie in de projectorganisatie ontstaat wanneer bij u het inzicht doorbreekt dat al deze deskundigen wel eens op verschillende geografische locaties zouden kunnen zitten.

Gelukkig hebben we tegenwoordig het virtuele team.Een virtueel team wordt daarbij gedefinieerd als: "Een samenwerkende, kennisintensieve doelgerichte werkgroep met een tijdelijke of permanente structuur waar de teamleden gescheiden zijn door afstand, hiërarchie en in de meeste gevallen ook door cultuur. Samenwerking wordt gerealiseerd door gebruik te maken van netwerkcommunicatie en informatietechnologie”. Kortom, een virtueel team is een eigentijds organisatorisch dwarsverband, waarbij gebruik gemaakt wordt van de door de ICT ter beschikking staande middelen ter realisering van een of meer bedrijfsdoel-stellingen. Bijvoorbeeld ter realisering van de doelstelling tot het ontwikkelen en in bedrijf nemen van onze ‘brand management simulation’.

Veel organisaties zien inmiddels de belangrijke toegevoegde waarde van virtuele teams. Zo zijn er diverse goede redenen voor organisaties om geïnteresseerd te zijn in het installeren van virtuele teams:

Snelheid. Problemen kunnen effectiever worden opgelost en beslissingen kunnen sneller worden genomen.

Kosten. Reis- en verblijfkosten kunnen worden bespaard wanneer de samenwerking virtueel wordt georganiseerd.

Communicatie. De voordelen die de nieuwe communicatie technologie biedt worden ten volle benut.

Leervermogen. Indien de "mindset" van de medewerkers gericht is op het delen van ervaringen (zowel positief als negatief) wordt het leervermogen van de organisatie maximaal benut.

Just In Time (JIT) Dit is een term die vaak met logistiek wordt geassocieerd. In het kader van e-learning wordt deze gebruikt om aan te geven dat de lerende toegang heeft tot de informatie op het moment dat hij/zij er behoefte aan heeft. Dit in tegenstelling tot het just in case principe.

Efficiëntie. Vanuit efficient oogpunt kan er met virtuele teams zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de reeds (vaak duur aangeschafte) aanwezige informatie- en communicatiemiddelen.

Terug naar onze casus. Uit deliteratuur weten we dat we in onze toepassing te maken hebben met een ‘virtual team of purpose’. Dit zijn teams die speciaal worden ingezet om gerichte al dan niet vooraf gestelde doelen te bereiken en die een structuur en software vragen die het effect van de samenwerking kunnen maximaliseren. In de literatuur wordt verder opgemerkt dat alle organisatorische aspecten van "Projectmanagement" op deze teams van toepassing zijn .

Deze aanbeveling is te meer van belang vanwege de in de praktijk gebleken ongunstige balans in het slagen en falen van virtuele teams. Teveel virtuele teams worden geen succes. De lessen die we uit eigen en praktijk van anderen kunnen trekken hebben een hoog “gezond projectmanagement-gehalte”:

1.    Het hebben van een goed 'ophangpunt' in de organisatie is voor een virtueel team van onschatbare waarde. Een goed zichtbare en invloedrijke opdrachtgever verschaft niet alleen 'sense of urgency' aan de werkzaamheden van het virtuele team, maar maakt tevens duidelijk -ook aan derden- wat wat het belang is dat de organisatie aan de opdracht van dit specifieke virtuele team hecht. .

2.   Nauw verwant aan de vorige stap is het verwoorden,verbeelden en rechtvaardigen van de bestaans-reden van het virtuele team. Het gaat hier om een heldere, doorleefde en door alle betrokkenen onderschreven opdrachtformulering in termen van visie, missie, doelen en resultaten. We hebben het dan over het opstellen van wat tegenwoordig wordt aangeduid als een ‘business case’. In een business case worden de redenen voor het rpoject gegeven met inbegrip van de rechtvaardiging van het project in termen van geschatte kosten en verwachte baten, aldus de kleine Prince 2.

3. Het is van groot belang om het af te leggen pad naar het eindresultaat door mijlpalen inzichtelijk en ‘manageable’ te maken. Het belang van een goed mijlpalenplan is tweeledig. In de eerste plaats definieren de mijlpalen de inhoud van de te verrichten werkzaamheden. Daarnaast verschaft het inzicht en duidelijkheid aan de teamleden en is daarmee intrinsiek motiverend.

4.De volgende stap betreft het verdelen van de werkzaamheden over de teamleden. Technisch kan hier gebruik worden gemaakt van de zogenaamde TBV-(= Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden)matrix. Met het verdelen van de taken kan ook expliciet de vraag naar de samenstelling van het team worden gesteld. Niet alleen wat betreft de inhoudelijke competenties, maar ook met betrekking tot de verschil-lende rollen die in een succesvol team vervuld dienen te worden. Ook rollen als teamleider (voorzitter) en secretaris worden in deze fase toegewezen. De voorzitter zorgt voor de voortgang en structureert het overleg. De secretaris zorgt vooral voor het beheer van de databank en draagt er tevens zorg voor dat alle teamleden steeds over de juiste informatie beschikken.

5.Het maken van afspraken over de manier waarop straks in de virtuele praktijk met allerhande zaken zal worden omgegaan, variërend van de wijze van informatie uitwisselen (telefoon, e-mail, video-conferencing, etc.) tot en met de manier waarop met conflicten wordt omgegaan. Ook de technische aspecten en hoe daarmee om te gaan komen hierbij aan de orde.

Met de realisatie van deze projectmanagement best practices zijn we goed op weg. Maar er is meer nodig. Een van de belangrijkste conclusies met betrekking tot het slagen en falen van virtuele teams is dat niet de ICT, maar de mens centraal dient te staan. [3]

Dit blijkt ook uit de bevinding dat virtuele gemeenschappen het best werken in hybride vorm. Dit betekent dat er naast online contacten ook fysieke bijeenkomsten zijn. Het helpt wanneer deelnemers elkaar kennen!

Een uitstekende manier om in het kader van een project vorm te geven aan deze inzichten is het organiseren van een zogenaamde Project Start-Up (PSU®). Een Project Start-Up is een work­shop in­ de aanloop van een project, onder leiding van een onafhankelijke consultant met als deelnemers de sleutelfiguren in en rond het project. De­ work­shop heeft tot doel het project in alle opzicten inhoudelijk, organisatorisch en menselijk vorm te geven. Het resultaat van de PSU bestaat uit een gedragen concept projectopdracht en de eerste stappen op het gebied van teamontwikkeling. Via deze fysieke bijeenkomst wordt zo de basis gelegd voor de latere vooral virtuele samenwerking.

Tot slot wijst de literatuur ons erop dat een aangenaam leerklimaat  de mogelijkheid opent is om “Kennisproductiviteit”[4] te ontwikkelen. Een leervriendelijke omgeving spoort aan om heteigen inhoudelijk thema te ontwikkelen. Het bevordert het vinden van aansluiting bij aantrekkelijke, professionele netwerken en het zet aan tot uitzonderlijke prestaties van het team. De voorwaarden hiervoor zijn eveneens niet te vinden in software applicaties. Voor situaties waarbij kenniswerkers samenwerken via internet (of intranet) en waarbij het samenwerkingsproces dusdanig verloopt dat er leereffecten optreden wordt de term collectief leren (“Computer Supported Collaborative Learning”).  Leren is en blijft een sociaal gebeuren en face-to-face contact zal daarom altijd zeer waardevol en effectief blijven. Om een optimale leeromgeving te creëren is het zaak om de beste elementen van e-learning en traditioneel leren met elkaar te combineren.

Literatuurlijst

Huysman, M.e.a. Kennisdelen in de praktijk  (2000) Gorcum/Stichting Management Studies.

Kessels, J  (2001). Verleiden tot Kennisproductiviteit Universiteit Twente.

Meerbeek, M. (2001) Virtual teams the Heineken way. Heineken University Onna, M. van en Koning, A., 2002, 

De kleine Prince 2 - Gids voor projectmanagement, PinkRoccade Educational Services/Ten Hagen Stam UitgeversPfeffer.J e.a., (2002) De kloof tussen denken en doen, Scriptum Management.

Pool, H. van der, Gaarenstroom, S. (2003) Heineken University op de grens van de eerste vijf jaar: terugblik en analyse van het fenomeen corporate university. Tijdschrift voor Management Development 11e jaargang nummer 3

Pool, J.P. van der, (1999) “The development of the Virtual Business School concept”. In M.S.S. El-Namaki, R. Samson, R. Aidis, V. Moharir (ed.), Strategic Issues at the Dawn of a new Millenium, Lansa publishing.

 


 

[1]  Karel van Wijngaarden is zelfstandig organisatie adviseur en  regelmatig betrokken bij het opstarten van nieuwe teams. Han van der Pool is Learning Officer bij  Heineken en lid van de redactie van het Tijdschrift voor MD

[2] Han van der Pool en Sandra Gaarenstroom. Heineken University op de grens van de eerste vijf jaar: terugblik en analyse van het fenomeen corporate university. Tijdschrift voor Management Development 11e jaargang nummer 3

[3] M. Huysman (2000)

[4] J. Kessels (2001)

 
 

Disclaimer