|
Hoofdstuk 14
Lerende netwerken organiseren in een virtuele
omgeving
Han van der Pool |
|
|

|
|
ISBN 90 23241711 |
|
|
|
|
|
|
Mensen werken in een bedrijf als Heineken in internationale
verbanden. Via internet kunnen zij lerende netwerken onderhouden
zonder elkaar te ontmoeten. Dit hoofdstuk beschrijft hoe men
dergelijke netwerken kan organiseren en leiden. De auteur plaatst
deze netwerken in de context van een strategie van kenniscreatie.
Heineken is een internationale onderneming met
meer dan 60 duizend medewerkers die zich vooral bezig houden met het
produceren en verkopen van bier. De twee internationale merken zijn
Heineken en Amstel. Deze merken zijn over bijna de gehele wereld
verkrijgbaar: Heineken in meer dan 170 landen en Amstel in meer dan
90 landen. Daarnaast heeft het bedrijf een groeiende portfolio met
regionale en nationale merken zoals Moretti, Zywiec, Star, Primus,
en Tiger. De totale afzet in 2004 was 126 miljoen hectoliter bier.
In 1998 stelde de Raad van Bestuur zich tot
doel om de kennis die de organisatie in huis heeft beter te benutten.
‘Kennisproductiviteit’ ziet men als essentieel om de
concurrentiepositie van Heineken te versterken. Hiertoe is onder
andere een eigen Corporate University ontwikkeld. Deze Heineken
University zien we als een ontmoetingsplaats waar kennis
internationaal ontwikkeld en gedeeld wordt. Per jaar nemen meer dan
1500 medewerkers deel aan activiteiten. De Heineken University
experimenteert voortdurend met nieuwe manieren om het internet in te
zetten ter ondersteuning van leer- en ontwikkelingsprocessen. Binnen
het internationale team experimenteren we met nieuwe manieren van
virtueel samenwerken. Zo overleggen we regelmatig via web
conferencing. We opereren als proeftuin voor samenwerkend leren
(collaborative learning).
|
Heineken
University Manifesto
Enjoyment is essential to
learning,
Learning is essential for
personal development,
Personal development leads
to personal success,
Personal success is behind
company success.
Learn to change -
Change to learn
|
Kader 1: manifest van de Heineken
University
|
Kenniscreatie
In de kennis- en informatiemaatschappij
gaat het om de kunst de juiste informatie op het juiste moment
te vinden, op waarde te beoordelen en snel te transformeren naar
toepassing en gedrag. Deze kunst moet in leertrajecten centraal
staan en wel in de context van kenniscreatie. Hiervoor hebben we
het Heineken University Kennismodel ontwikkeld (figuur 42).
|

Figuur 42: het Heineken University
Kennismodel
|
Dit model bevat twee dimensies. De eerste
dimensie in het model is de verticale. Zoals de figuur laat zien,
zijn de doelen voor kenniscreatie gerelateerd aan de missie,
doelen en strategieën van het bedrijf. De tweede dimensie loopt
horizontaal door het model. Kennisstrategieën zijn te situeren
tussen de vraag naar en het aanbod aan kennis. Aan beide kanten
draait het om mensen. Mensen hebben en vragen kennis, systemen
niet.
Het aanbod komt tot stand doordat mensen
nieuwe kennis ontwikkelen, verspreiden en toepassen. Aan de
vraagkant verwerven mensen nieuwe informatie, reflecteren hierop
en combineren nieuwe kennis met kennis die zij al beschikbaar
hebben, in de vorm van identiteit, assumpties en vaardigheden.
Deze combinatie levert vaak weer nieuwe vragen op en de behoefte
om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Vandaar de uitspraak:
“Wat men wil leren, ontdekt men vooral tijdens het leren”
(Knowles). Echt nieuwe kennis ontwikkelt men door intelligente
vragen te stellen.
Drie strategiën
Bij het creëren van kennis onderscheiden we
drie strategieën.
·
De personalisatiestrategie. Deze strategie
gaat uit van de ‘flow-benadering’: stimuleer communicatie
over en weer tussen medewerkers, in de hoop dat er
kennisoverdracht plaatsvindt. Een voorbeeld zijn de yellow
pages ofwel ‘wie is wie’-bestanden, zodat collega’s in staat
zijn gemakkelijk de weg te vinden naar personen met specifieke
informatie of kennis. In dit systeem kunnen medewerkers zichzelf
voorstellen op hun eigen homepage. Een medewerker kan
zijn deskundigheid en ervaring aangeven en onderwerpen opsommen
waarover hij of zij kennis wil delen. E-mail en telefoontjes
kunnen zorgdragen voor spontane uitwisseling van kennis. Vaak
maakt men de aanwezige deskundigheid transparant met een
zoeksysteem waarin op kernwoorden kan worden gezocht naar de
beschikbare kennis.
·
De codificatiestrategie. Deze strategie
gaat uit van de ‘stock-benadering’: medewerkers leggen
informatie vast die daarmee eveneens toegankelijk wordt voor
anderen in de organisatie. Om synergievoordelen te behalen
hebben inmiddels functionele disciplines als Commercie, Heineken
Technical Service en Supply Chain Management hun eigen
kennisdatabanken waarin belangrijke informatie wordt bewaard.
Deze databanken spelen een essentiële rol in de programma’s van
de Heineken University.
·
De reflectiestrategie. Deze strategie gaat
uit van de ‘leerbenadering’: aandacht geven aan de ontwikkeling
van eerste- en tweedehands kennis. Eerstehands kennis is het
vermogen om nieuwe problemen op te lossen en nieuwe kennis te
creëren. Tweedehands kennis is het vermogen om te kopiëren en
best practices op een efficiente wijze te implementeren.
|

|
Figuur 43: Website van de Heineken
University
Leerdoelen programma’s Heineken
University
Deelnemers aan de programma’s van de
Heineken University werken verspreid over de gehele wereld. Voor
het leren heeft Heineken een Virtual Learning Centre ontwikkeld
(figuur 43). Deze website geeft de deelnemer de mogelijkheid op
een eenvoudige wijze toegang te krijgen tot specifieke en
gepersonaliseerde informatiebronnen. Deze bronnen staan in een
gecategoriseerd overzicht, van waaruit de bezoeker eenvoudig kan
doorklikken. Interne en/of externe websites met specifieke
content zijn gekoppeld aan de leertrajecten. Deze zogenoemde
leerplatforms zijn georganiseerd rond één of een aantal
specifieke onderwerpen. De websites voorzien de gebruiker van de
mogelijkheid om informatie op te vragen en ook om zelf een
bijdrage te leveren. Dit wordt ingevuld met verschillende
functionaliteiten, zoals een chatfunctie en groupware.
Ict-toepassingen vervangen een deel van de ‘fysieke’-leertrajecten.
Tijdens al dan niet virtuele leertrajecten staan de volgende
leerdoelen centraal:
·
leren ontdekken, verwonderen en openstaan voor
nieuwe inzichten;
·
leren je optimale leerroute zelf vast te stellen;
·
leren vinden en selecteren van informatie
(databases, I-net, literatuur, netwerken, files, collega’s);
·
leren eigen maken van informatie;
·
leren toepassen van informatie, kennis gebruiken
om tot gewenst gedrag te komen in specifieke praktijksituaties;
·
leren creëren (nieuwe inzichten genereren op basis
van kennis, eigen inzichten en de praktijksituatie);
·
leren delen van kennis, nieuwe inzichten en
ervaring met anderen.
Leren in virtuele teams
Virtuele teams kunnen een belangrijke
bijdrage leveren aan kenniscreatie. Een virtueel team is een
doelgerichte werkgroep bestaande uit teamleden die gescheiden
zijn door afstand, organisatieafdelingen en vaak ook cultuur, en
die gebruik maken van netwerkcommunicatie en
informatietechnologie om samenwerkend te leren.
Heineken is om zes redenen geïnteresseerd
in het installeren van virtuele teams:
·
Snelheid: problemen
kunnen effectiever worden opgelost en beslissingen kunnen
sneller worden genomen.
·
Kosten: virtueel samenwerken kent geen reis- en
verblijfskosten.
·
Communicatie. de voordelen van de nieuwe
communicatietechnologie worden ten volle benut.
·
Leervermogen: als medewerkers gericht zijn op het
delen van ervaringen, wordt het leervermogen van de organisatie
maximaal benut.
·
Just In Time: de lerende heeft toegang
heeft tot de informatie op het moment dat hij/zij er behoefte
aan heeft.
·
Efficiëntie: met virtuele teams maakt men gebruik
van de kostbare informatie- en communicatiemiddelen die men toch
al in huis heeft.
Virtuele teams zijn er in verschillende vormen.
We onderscheiden communities of interest,
community of practice teams en virtual teams of
purpose. Lekanne Deprex en
Tissen geven aan dat deze drie vormen ieder een eigen scope, een
eigen doel, een eigen‘gebruikersetiquette’ en een eigen
opbrengstenstructuur hebben (figuur 44).
|

|
Figuur 44: drie soorten communities
Communities of interest
Een community of interest is een
groep mensen die op informele basis een gemeenschappelijke
interesse voor een bepaald onderwerp delen. Deze webgemeenschap
dient geen ander doel dan het leren van elkaar. Deze vorm van
informatieuitwisseling is enorm populair op het internet.
|
|
|
Een encyclopedie als
bundel communities of interest
Informatie is overal
beschikbaar en veel van deze informatie is gratis. Het web
bevat wereldwijd enkele miljarden websites. Een interessante
vorm van vrijblijvende kennisuitwisseling is Wikipedia.
(www.wikipedia.org). Dit is een
vrije en gratis encyclopedie op het web. Men kan hem zonder in
te loggen gebruiken om informatie te zoeken, toe te voegen of
te bewerken. De Nederlandstalige Wikipedia telt momenteel
78.713 artikelen. De Engelse encyclopedie bevat 624.347
artikelen. Het aantal artikelen neemt snel toe en de kwaliteit
ervan stijgt. Dit web community-project is in 2001
gestart. Wikipedia heeft inmiddels de kwaliteit van de
gerenommeerde encyclopedie bereikt. Het is een voorbeeld van
een collectief opgebouwde kennisdatabank, met bijdragen van
collegaredacteuren uit de gehele (virtuele) wereld.
|
|
Community of practice
Een community of practice (CoP) is een
groep medewerkers van een functionele discipline die kennis
uitwisselen om tot best practises te komen. Het databeheer is
hier natuurlijk ook van groot belang. Een CoP werkt omdat ieder lid
vrijwillig deelneemt. Een aantal CoP’s is door Heineken University
zelf opgezet. Zo hebben bijvoorbeeld alle Europese en Afrikaanse HRD-managers
zich in een netwerk verzameld. Het doel is om het delen van kennis
te versnellen. Waarom zou iedereen zelf een communicatietraining
uitvinden, als een HRD-manager in een ander land zo’n training al op
papier heeft staan? Het ‘Beacon-project’ van Heineken is een ander
voorbeeld. Het is een community die speciaal is opgericht voor
marketingmanagers die worstelen met modetrends bij jongeren. In deze
CoP werden ideeën uitgewisseld om het merk Heineken meer relevantie
te geven voor trendsettende jongeren.
Communities of practice
kunnen bestaan uit 50 tot wel 5000 deelnemers. De omvang is niet
begrensd. Sommige communities komen bij elkaar,
anderen hebben alleen contact via web conferencing of instant
messaging (via een soort chatprogramma bekenden die online zijn een
berichtje sturen dat ze direct op hun scherm zien).
De voortgang van een CoP is afhankelijk van de
inzet van een leider, van facilitators en van een gemotiveerde groep
deelnemers. Vaak is er een contactpersoon die zelf facilitator is.
Men leert in de eigen context en werkt aan producten die voor het
eigen werk en bedrijf relevant zijn. Deelnemers aan een lerend
netwerk als de CoP hechten veel waarde aan professionele relaties,
onderlinge discussie, toegang tot experts en betrouwbare,
gecertificeerde informatie. Effectief contact met
beroepsgenoten, waarbij men elkaar attent maakt op relevante
literatuur en andere kennisbronnen, is belangrijk voor de motivatie
van deelnemers.
Een leuk nieuw concept is networked action
learning. Deelnemers werken samen in door henzelf ontworpen
leeractiviteiten gericht op voor hun bedrijf waardevolle producten.
Het lidmaatschap van het netwerk is niet vrij.
Het netwerk draait om een subtiele samenwerking tussen
experts, bedrijven en studenten. De studenten zijn veelal
medewerkers van de bedrijven zelf, maar het kunnen ook fulltime
studenten zijn die als potentials worden gezien. Deze drie groepen
vormen een ‘WEL-netwerk’, een netwerk van Working, Expert en
Learning communities. Belangrijk is dat het netwerk een hoge
kwaliteit van leren nastreeft. Men houdt dan ook een permanente
kwaliteitscyclus in stand, waarin alle leden participeren. De
processen in het WEL-netwerk kennen een organisatie die erop gericht
is dat alle leden zich in een win-situatie bevinden.
Die situatie ontstaat niet vanzelf en wordt
bewust gecreëerd en gefaciliteerd. De ontwikkeling en het
onderhoud van een samenhangende hiërarchie van plannen heet WEL-building.
|

|
Figuur 45: agenda van een web conference
Community of purpose
Een community of purpose zet men in als men
gerichte, al dan niet vooraf gestelde, doelen wil bereiken. Het is
in feite een virtueel projectteam. Het heeft een eigen structuur en
software nodig om het effect van de samenwerking te maximaliseren.
‘Zelfsturende’ virtuele teams hebben meestal een zeer kort bestaan.
De regels en eisen van goed projectmanagement zijn op deze virtuele
teams zelfs nog meer van toepassing dan op gewone projectteams. Bij
het opstarten van een virtueel projectteam zijn de volgende zes
zaken van belang.
·
Een goed 'ophangpunt' in de organisatie is van
onschatbare waarde. Een zichtbare en invloedrijke opdrachtgever
verschaft niet alleen een sense of urgency aan de
werkzaamheden van het virtuele team, maar maakt tevens duidelijk -
ook aan derden - wat de redenen zijn dat de organisatie dit
specifieke team in het leven roept.
·
Nauw verwant aan de vorige stap is het verwoorden én
verbeelden van de bestaansreden van het virtuele team. Het gaat hier
om een heldere, doorleefde en door alle betrokkenen onderschreven
opdrachtformulering in termen van visie, missie, doelen en
resultaten. Ook als het hogere management de opdracht panklaar aan
het virtuele team meegeeft - wat zelden het geval is -, dan nog is
het zaak met alle betrokkenen te werken aan de verduidelijking en
internalisering van de raison d'être van het virtuele team.
Een team is immers pas team bij de gratie van een gemeenschappelijk
ervaren missie. Sterk is het als de gedachtevorming over deze zaken
leidt tot een teamnaam die de lading dekt, waarmee de identiteit van
het team wordt versterkt.
·
Het verduidelijken van het af te leggen pad door het
vaststellen van de mijlpalen. In de eerste plaats definiëren de
mijlpalen - als tussenresultaten op weg naar het eindresultaat - de
inhoud van de te verrichten werkzaamheden. Daarnaast verschaffen ze
inzicht en duidelijkheid aan de teamleden en zijn ze daarmee
intrinsiek motiverend.
·
De volgende stap betreft het verdelen van de
werkzaamheden over de teamleden. Hierbij kan men de zogenaamde TBV-matrix
gebruiken (Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden). Met het
verdelen van de taken kan ook expliciet de vraag naar de
samenstelling van het team worden gesteld. Niet alleen wat betreft
de inhoudelijke competenties, maar ook met betrekking tot de
verschillende rollen die in een succesvol team ingevuld dienen te
worden. Ook rollen als teamleider (voorzitter) en secretaris worden
in deze fase toegewezen. De voorzitter zorgt voor de voortgang en
structureert het overleg. De secretaris zorgt vooral voor het beheer
van de databank en draagt er tevens zorg voor dat alle teamleden
steeds over de juiste informatie beschikken.
·
Het maken van afspraken over de manier waarop straks
in de virtuele praktijk met allerhande zaken zal worden omgegaan,
variërend van de wijze van informatie uitwisselen (telefoon, e-mail,
videoconferencing) tot en met de manier waarop met conflicten wordt
omgegaan. Ook technische problemen en hoe daarmee om te gaan moeten
in dit kader aan de orde komen.
·
Een aspect dat als het ware door alle andere, meer
inhoudelijke en organisatorische aspecten is heengeweven, betreft de
onderlinge relaties tussen de leden van het virtuele team.
Verscheidene momenten tijdens de start-up bijeenkomst bieden de
gelegenheid om expliciet bij zaken als groepsontwikkeling, de
samenwerking, de kernkwaliteiten van de deelnemers en de wijze van
communiceren stil te staan. De ervaring leert dat het benutten van
dergelijke procesmomenten de basis legt voor een adequate omgang in
de praktijk.
Goede ict-tools zijn van essentieel belang.
Welke technologie de samenwerking van een virtueel team het beste
ondersteunt, is afhankelijk van de doelstellingen van het
betreffende team. Bij de keuze van hulpmiddelen geldt: bezint eer ge
begint. Dit bezinnen heeft met name betrekking op de doelen die men
beoogt en de werkvormen die daarbij voor ogen staan.
|
|
New Ways of Teamworking
Heineken heeft het programma New Ways of
Teamworking opgezet om medewerkers van verschillende vestigingen
doelgericht samen te laten werken via virtuele teams.
Synergievoordelen worden inmiddels behaald tussen specialisten
bij Medical Services, Commerial Excellence, Heineken Technical
Services, Corporate Planning and Control, Inkoop,
Informatietechnologie, Human Resources en Business Development.
Veel virtuele teams starten met een echte
hei-sessie waarin de projectplanning strak wordt geregeld. De
agenda van een dergelijke sessie bestaat uit de volgende
elementen:
·
Kennismaking
·
Uitleg van doelstellingen en
werkwijze
·
Verheldering van de vraagstelling (strategie,
noodzakelijke competenties, inventarisatie van benodigde kennis
en manier van samenwerken)
·
Instructie over te gebruiken ict-tools
·
Inrichting kennisdatabank
·
Opzet van het projectplan
·
Planning van het virtuele overleg.
Het blijkt dat virtuele samenwerking beter
tot stand komt na een persoonlijke kennismaking.
|
|
Resultaten bij Heineken
Het succes van virtual communities is
heel wisselend. Een aantal factoren is bepalend. Ten eerste blijken
de gemeenschappen meestal het best te werken in hybride vorm. Dit
betekent dat er naast online contacten ook fysieke bijeenkomsten
zijn. Het helpt wanneer deelnemers elkaar kennen. Verder is het
natuurlijk essentieel dat een virtual community toegevoegde
waarde heeft en een gezamenlijk belang dient. Er zijn veel
voorbeelden van online gemeenschappen die uiteindelijk zijn
doodgebloed door gebrek aan toegevoegde waarde.
Klassieke, soms al eeuwenoude vormen van leren
zijn de laatste jaren aangevuld met nooit eerder vertoonde
mogelijkheden om over de hele wereld informatie op te doen en
vaardigheden te verwerven zonder fysieke verplaatsingen. De
mogelijkheden zijn niet beperkt tot het consumeren van informatie.
Juist de mogelijkheden om informatie te delen en door samenwerking
kennis te produceren zijn exponentieel toegenomen.
Meer informatie
·
Huysman, M. Wit. D. (2000).
Kennisdelen in de praktijk. Assen: Van Gorcum
·
Kessels, J. (2001). Verleiden tot
kennisproductiviteit. Universiteit Twente
·
Knowles, M. (1984). Andragogy in Action. San
Francisco: Jossey-Bass
·
Lekanne Deprex, F. & Tissen, R.
(2002). Zerospace: moving towards a
time when organizations mean nothing. San
Francisco: Berret-Koehler
·
Meerbeek, M. (2001). Virtual
teams the Heineken way. Amsterdam: Heineken University
·
Paulissen, A.
(2005). Networked Learning: het
nieuwe leren. Het zesde e-learning congres.
Eindhoven: Studiecentrum Bedrijf en Overheid
·
Pool, J.P. van der (1999). The development of the
Virtual Business School concept. In: M.S.S. El-Namaki, R. Samson, R.
Aidis, V. Moharir (eds.) Strategic Issues at
the Dawn of a new Millenium. Leiderdorp Lansa publishing
|
|
|
|
 |
|
|
Disclaimer |
|
|